Monday, April 9, 2012

Alternatieve kern-energie


Op 11 maart 2011 vielen in Japan 25.000 doden na een verwoestende tsunami. Bijna een half miljoen mensen werd geëvacueerd, het land verschoof ruim twee meter in oostelijke richting en zelfs de aardas kwam verder uit het lood te staan. Toch herinnert een jaar later slechts één woord ons aan deze ramp: Fukushima.

Het geeft aan wat eenzijdige en gekleurde berichtgeving vermag. Niet de duizenden doden noch de onbeschrijfelijke verwoesting leven voort als noodlottig memento, maar een reactorongeluk, waarbij welgeteld nul doden vielen. Zo groot is de kennelijk weerzin tegen kernenergie dat – als de gedachte al opkomt - niemand deze slotsom immoreel durft te noemen; ik doe het wel, bij deze.

Evenwel realiseer ik mij dat het tij niet te keren is. De hetze die de afgelopen dertig jaar door groene en linkse partijen zowel op straat als in het onderwijs is gevoerd, heeft een generatie laten opgroeien met het idee dat kernenergie een ernstig foute energievorm is, dat kernenergie bestreden moet worden en zo snel mogelijk moet worden afgeschaft. En het onzalige plan van Merkel om in reactie op Fukushima(!) binnen tien jaar alle kerncentrales te sluiten, ‘bewijst’ hun gelijk.

Waarmee de Duitsers het vijfde deel van hun energievoorziening dat zo wegvalt gaan aanvullen blijft vooralsnog onduidelijk. De NOS wist vorige week te melden dat er ‘groene energie’ voor in de plaats komt "want Duitsland vervult op dit gebied een voortrekkersrol". Ik wil dat graag geloven. Maar ik geloof ook dat Duitsland hiermee niet alleen haar energievoorziening op het spel zet maar bovendien haar economie. De essentie van windenergie (want daarop werd gedoeld) is namelijk dat iedere megawatt aan opgesteld vermogen een conventionele backup behoeft. Dus om de 20% vermogensverlies op te vangen zullen onze buren 40% aan vermogen moeten bijbouwen of importeren. En dat zal zelfs een economische grootmacht als Duitsland zwaar vallen.

De afgelopen vijftien jaar hebben dezelfde paradijsbereiders die eerder kernenergie tot alimenta non grata verklaarden, het begrip ‘groene energie’ op de kaart gezet. Inmiddels heeft groene energie in de volksbeleving de vorm aangenomen van een magische substantie die weliswaar vele verschijningsvormen kent, maar die in al haar gestalten deugt. Dit in tegenstelling tot kolen- en kernenergie. Nog even en de illusie dat groene energie een delfbare stof is zal compleet zijn. Een stof zonder nadelen, een stof bovendien die onbeperkt en nagenoeg gratis verkrijgbaar is.

Maar o ironie, wat zij en velen met hen niet lijken te weten is dat die stof ook daadwerkelijk bestaat, en we noemen haar Thorium. Toen driekwart eeuw geleden werd onderzocht of energie uit kernen economisch rendabel kon zijn, had men daarbij twee kandidaten op het oog: Thorium en Uranium. Thorium bezat veruit de beste papieren maar kende één groot nadeel, je kunt er met geen mogelijkheid een atoombom van maken. Daarom werd gekozen voor Uranium, een keuze waarvan de gevolgen inmiddels een stuk verder lijken te reiken dan Hiroshima en Nagasaki alleen.

Het element Thorium is een laag-radioactief materiaal met een halfwaardetijd van een paar honderd jaar (de halfwaardetijd van Uranium is duizend maal groter). Thorium behoeft i.t.t. Uranium geen duur en ingewikkeld verrijkingsproces maar is direct bruikbaar. Ook is het gedolven materiaal voor de volle honderd procent te benutten terwijl van het gedolven Uranium maximaal één procent gebruikt wordt.

Alleen al de bekende Thoriumvoorraden volstaan voor de komende drie millennia, maar aangezien meegedolven Thorium nu als afval terzijde wordt gelegd is er nooit actief naar gezocht. De voorraden zullen dan ook vele malen groter blijken. Bovendien bevinden deze voorraden zich voornamelijk in politiek stabiele regio’s.

Maar er is meer. Thoriumzout-centrales kunnen niet ‘smelten’, het proces is zelfdovend en sluit nucleaire incidenten zoals in Tjernobyl en Fukushima uit. De hoeveelheid radioactief afval bedraagt slechts een fractie (<1%) van wat de modernste uraniumcentrales produceren. Bovendien kan met behulp van Thorium, opgeslagen Plutonium-afval worden afgebroken en omgezet in nieuwe brandstof voor bestaande uraniumcentrales.

Enthousiaste wetenschappers stellen dat Thorium – mits we onze schouders eronder zetten – olie, steenkool, Uranium en gas binnen een decennium overbodig kan maken. Maar daar zijn het enthousiaste wetenschappers voor; de praktijk zal weerbarstiger blijken want Thorium genereert bij de bestaande belangenverenigingen slechts weinig enthousiasme.

Zo zijn daar de kernenergieproducenten zelf. Zij hebben miljarden geïnvesteerd om hun klassieke centrales veilig en up-to-date te houden. Het gros van deze centrales kan bovendien nog tientallen jaren mee waardoor alternatieven al snel tot desinvesteringen leiden.

Voor de olieproducenten geldt dat zij niets te zoeken hebben in (alternatieve) kernenergie, dat vinden ze althans zelf. Stuk voor stuk zijn de Shell’s en BP’s van deze wereld zich de laatste jaren weer volledig gaan richten op hun core business: olie en (schalie)gas.

Voor de producenten van groene energie en -toebehoren ligt het geheel iets complexer maar niet veel anders. De kurk waar hun industrie op drijft heet subsidie. En subsidies kun je maar één keer uitgeven. Bovendien dreigen de subsidiekranen vanwege de aanhoudende economische crises steeds verder dichtgedraaid te worden waardoor iedere cent die richting Thorium-onderzoek gaat, in mindering gebracht zal worden op hun eigen budget.

En last but not least natuurlijk de anti-kernenergie en milieubewegingen. Niet alleen blijven zij zich op principieel/statutaire gronden met misleidende emo-prop en maatschappij-ontwrichtende acties verzetten tegen iedere vorm van kernsplijting, ook zijn ze voor hun voortbestaan inmiddels volledig afhankelijk van de groene status-quo. Ieder initiatief zonder windmolens is een potentiële bom onder hun bestaan.

Kortom, de ontwikkeling van Thorium als alternatieve energiebron zal geen sine cure blijken. De communis opinio in de EU wordt al jaren gedomineerd door lobbies en adviesorganen van bovengenoemde verenigingen. We moeten daarom vrezen dat Europa ook op dit terrein de boot gaat missen en het initiatief zal laten aan landen als China, Japan en India. Landen die zich lijken te realiseren dat een op Thorium gebaseerde energiecyclus veilig, schoon, betaalbaar en toekomstvast is.

Sunday, February 26, 2012

Het spaarlampsyndroom

De volgende crisis zal energiecrisis heten
Wanneer gesproken wordt over alternatieve energie dan gaat het in de regel over windenergie. De afgelopen decennia zijn – met name in Noord-Europa – tienduizenden windmolens gebouwd in de heilige overtuiging dat het hierbij om een economisch verantwoorde en vooral duurzame oplossing zou gaan. Dit is helaas onjuist. Ook zonder moeilijk rekenwerk is te begrijpen dat windenergie principieel onrendabel is en dat met name het gedwongen huwelijk tussen wind en gas een existentiële bedreiging voor Europa vormt.

Het grote probleem met wind- en zonne-energie zit hem in de onmogelijkheid de opgewekte energie efficiënt op te slaan. Daarom staat er achter ieder windmolenpark een gascentrale van dezelfde capaciteit, voor als het niet waait.

Vanuit economisch perspectief moet je dan ook stellen: conventionele centrales volstaan voor de totale energiebehoefte van ons land, waaruit volgt dat windmolenparken – zodra het waait – voor overcapaciteit zorgen[1]. Een overcapaciteit die additioneel, dat wil zeggen buiten het mechanisme van vraag-en-aanbod om, gefinancierd zal moeten worden.

De onlosmakelijke verbondenheid tussen gas en wind maakt bovendien dat de afhankelijk van buitenlandse gasleveranciers als Rusland en Iran[2] steeds groter wordt. Ook dat ligt besloten in de aard van de oplossing: een windmolenpark met een capaciteit van 1000MW levert jaarlijks maximaal 250MW aan het net. De andere driekwart wordt door gebrek aan wind nooit opgewekt. De 750MW die we hierdoor tekort komen moet door de achterliggende gascentrale en geïmporteerde brandstof geleverd worden.

Daarom is Europa, naast windmolenparken, in razend tempo gascentrales aan het bouwen[3]. Alleen al in Nederland zijn er de afgelopen twee decennia ruim twintig uit de grond gestampt. Tegelijkertijd worden kolencentrales uitgefaseerd of niet gebouwd omdat hun CO2-footprint voor activistische milieuclubs als Greenpeace ten enen male onacceptabel is. Over het werkelijk CO2-vrije alternatief, te weten kernenergie, spreken we dankzij diezelfde clubs al sinds de jaren zeventig niet meer.

Milieu-organisaties en het IPCC hebben middels een effectieve lobby, smakeloze bangmakerij en maatschappelijke infiltratie bereikt dat op energie-gebied het point-of-no-return in zicht is gekomen. De hoeveelheid geld die in de vorm van meerjarige subsidie-overeenkomsten richting energiesector is gegaan maakt dat deze bedrijfstak voor haar voortbestaan noodzakelijkerwijs op de ingeslagen weg moet voortgaan. De laatste kredietreserves worden nu aangewend om het distributienetwerk geschikt te maken voor de enorme hoeveelheden gas die straks zullen worden aangeland.

In minder dan twintig jaar tijd zijn we zo vanuit een toestand van energiezekerheid en natuurlijke groei, gekomen op een punt waar die zekerheid in handen dreigt te komen van onbetrouwbare buitenlandse partners en de (groei)kosten – vanwege de koppeling gas/wind en het uitfaseren van goedkopere alternatieven – tenminste verdubbelen.

Het meest kwalijke aan de ontstane situatie is echter de economische luchtbel die het heeft gecreëerd. De vele duizenden miljarden die omgaan in het alternatieve-energiecircuit plus de uit CO2-reductieafspraken afkomstige geldstromen, kennen geen enkele economische redelijkheid. Er bestaat vanuit economisch standpunt bezien geen noodzaak noch staat er enige onderliggende waarde tegenover. Het gehele systeem bestaat bij gratie van subsidiëring. En du moment dat ergens de subsidieketen wordt verbroken stort het hele kaartenhuis in elkaar en ontstaat een crisis die zijn weerga niet kent. Dan zullen er noodfondsen nodig zijn om de energiesector overeind te houden, net als met de banken nu. Dan zullen de energieproducenten de zwarte piet toegespeeld krijgen, net als de banken nu.

De uiterst effectieve methodiek die ons tot in dit moeras heeft geleid laat zich wellicht het best betitelen als ‘het spaarlampsyndroom’. Hierbij gaan organisaties die een maatschappelijke verandering tweeg willen brengen als volgt te werk: 1) mobiliseer het publiek met pakkende betogen, waar nodig overgoten met een pseudo-wetenschappelijk sausje 2) dit maakt de politiek rijp voor het afkondigen van maatregelen die 3) de industrie door stimulatie en dwang een bepaalde richting wijzen. 4) Op enig moment is dan de situatie bereikt waarop de industrie vanuit een return-on-investmentgedachte, geheel uit eigener beweging, dezelfde boodschap als de actievoerders gaat verkondigdigen.

Omdat industrie, politiek en maatschappij nu op één lijn zitten zal 5) ‘foute’ concurrentie (zoals gloeilamp en kernenergie) effectief en gezamenlijk bestreden worden. En zie, de maatschappelijke verandering is een feit. Een verandering die we ‘met z’n allen’ gewild hebben. Dus mocht straks blijken dat het geen goed idee was, dan treft de actievoerders en politici van weleer geen enkele blaam.

De ontwikkeling en introductie van de spaarlamp toont dit mechanisme in al haar facetten, zij het op kleine schaal. Dat dit helwitte gedrocht ons uiteindelijk slechts een onmeetbaar kleine CO2-reductie oplevert maar wel een serieus klein-chemisch afvalprobleem genereert, daaraan hebben Greenpeace, Philips, de Minister noch U enige schuld; we werkten er immers allemaal aan mee en deden het om de wereld beter te maken. Bovendien, niemand kan in de toekomst kijken.

Daarom zal straks ook niemand naar Greenpeace, GroenLinks of het IPCC wijzen als we in een strenge, windstille winter plotseling zonder gas komen te zitten. Dan ligt de oorzaak niet in het feit dat een eens stabiele energievoorziening om zeep is geholpen. Nee, de oorzaak zal dan bij Rusland liggen dat niet die hoeveelheid gas wilde leveren die wij nodig hadden, en tegen de prijs die we konden betalen.

P.S. binnenkort een positief stuk, over alternatieve energie.

[1]
gascentrales die als backup fungeren worden niet gerekend tot de productiekosten van windenergie, en dat zou wel moeten want ze vormen één geheel. Zo wordt ook duidelijk dat windenergie nooit op kosten kan cocurreren, immers:
windmolenpark + gascentrale > gascentrale + 0

[2] Rusland en Iran bezitten meer dan de helft van de wereldwijde gasreserves

[3] het Wikipedia-lemma terzake meldt overigens dat deze centrales bijzonder geschikt zijn om ‘pieken in de vraag’ op te vangen, het woord ‘backup’ komt niet voor.

Monday, February 20, 2012

Bruine mensen bestaan niet

De racist Elliot (links) op schoot bij zijn moeder
"Are you brown because you’re from Africa?" wilde de zevenjarige Elliot van een schoolgenootje weten. Het antwoord kwam van het schoolbestuur: Elliot, je bent een racist en we gaan dit bij de schoolinspectie melden. En of Elliots mom maar even schriftelijk wilde verklaren dat haar zoontje een racistisch incident had uitgelokt. Political correctness at work.

Lagere scholen in Groot-Britannië zijn verplicht "any incident that is perceived to be racist by the victim or any other person" te melden aan de autoriteiten. Hetzelfde geldt voor ‘incidenten’ waar sexuele geaardheid of geloof een rol spelen. Inmiddels hebben 20.000 kindertjes tot elf jaar een dossier aan hun korte broek waarin voor het nageslacht is vastgelegd dat ze betrokken waren bij een ‘hate crime’, want zo worden deze incidenten genoemd.

Maar wat is er nu precies racistisch aan de vraag are you brown because you’re from Africa? We weten dat er bruine mensen in Afrika wonen, dat is geheim noch beledigend. Ook Elliot zal dat op school geleerd hebben en ongetwijfeld heeft de juf daaraan toegevoegd dat het hele normale mensen zijn, net als hij. En dat is ook zo. Het racistische element betreft dus niet zozeer de vraag zelf, als wel het feit dat Elliot in zijn vraagstelling meenam dat het jongetje een donkere huidskleur had.

Het politiek-correcte schoolbestuur ziet dit als beledigend. Kennelijk is voor deze mensen de toevoeging ‘bruin’ net zoiets als scheel, of leproos. Van bruine mensen mag je niet zeggen dat ze bruin zijn, want bruin is - in hun ogen - een afwijking en daar zwijg je over: alle mensen zijn gelijk en niemand is bruin.

Dit is het betuttelracisme voorbij, dit is ronduit pervers. Volwassenen, die in het gegeven 'bruine huidskleur' een belediging zien, noemen een jochie van zeven racist. Waarom is het toch dat deze moreel verheven gelijkheidsdenkers de wereld steevast rotter maken, en nooit beter? Don’t we ever learn?

Saturday, January 28, 2012

De crisis kwam van boven


... en ze wordt geblust op de financiële markten. Als we linkse politici mogen geloven kwam de crisis van rechts. Het vrije-marktdenken van de ‘neocons’ zadelde ons op met een ethisch verrot bankenstelsel waar alles draait om hebzucht en bonussen. En nu dat is ingestort mag de gewone man voor de ellende opdraaien omdat overheden zich in de schulden moeten steken. Zo ongeveer vat populistisch links de zaak samen en braaf-rechts kijkt beteuterd toe. De diepere oorzaak van de crisis is evenwel een stuk minder romantisch: die moet gezocht worden in ontwrichting van de economie door ondienstige overheidsuitgaven.

Ondienstig in dit verband: niet bijdragend aan economische groei. Of, in gewoner Nederlands, de investering betaalt zichzelf niet terug. Op zich is dat niet bijzonder, het takenpakket dat overheden zich hebben aangemeten brengt dit nu eenmaal met zich mee. En het hoeft in principe ook geen probleem te zijn, de overheid krijgt via belastingen en accijnzen geld binnen en geeft dat al naar gelang de nationale behoefte en haar politieke voorkeur weer uit. Problematisch wordt het pas als een overheid genoodzaakt wordt geld (bij) te lenen op de financiële markten voor de verwezenlijking van haar non-economische doelen.

Op dat moment ontstaat namelijk een slapende inflatie aan de periferie van de economie, op de markten. Deze inflatie is afhankelijk van de mate van economisch nut van de uitgaven, en van het groeipotentieel van een economie. De bron van deze inflatie zit hem in het feit dat de rente die over de lening wordt betaald, wordt onttrokken aan de economie en belandt bij de geldschieters (de financiële markten). Als het groeipotentieel van de economie laag is dan vloeit het geld niet of slechts ten dele terug naar de economie (als investering). Het restant wordt dan buiten de klassieke economie om belegd (beurzen, vastgoed, termijnmarkten etc).

Uit het land dat de lening aanging is dientengevolge geld verdwenen waardoor – bij gelijkblijvende omvang van productie en consumptie - een geldtekort ontstaat. Gevolg: het geld wordt duurder en de wisselkoers van de betreffende munt gaat omhoog waarmee de export onder druk komt te staan; het tegenovergestelde van inflatie. In een mondiaal economisch systeem wil je als land (of zône) niet in een dergelijke situatie terecht komen. De kans is namelijk levensgroot dat je jezelf uit de markt prijst.

Wanneer de krapte merkbaar wordt zal daarom, vroeg of laat, door de centrale bank besloten worden de geldmarkt te verruimen. Er wordt geld bijgedrukt of, zoals de Amerikanen dat zo mooi noemen, er vindt quantative easing plaats. En daarmee wordt de inflatie op scherp gesteld. Immers, het geld dat bij de aflossing verdween is weliswaar terug, maar dezelfde hoeveelheid ligt ook nog op de financiële markten. De totale geldhoeveelheid (gemeten naar economisch volume) is daarmee te ruim, en dat is wél een voedingsbodem voor inflatie.

Het moge duidelijk zijn dat deze situatie niet van het ene op het andere moment ontstaat, het is een zeer geleidelijk proces waarin vele factoren een versterkende of mitigerende rol kunnen spelen. Maar het principe blijft overeind: door leningen aan te gaan voor niet-economische doeleinden wordt gezondigd tegen het – wellicht enige - principe van een op geld gebaseerde economie. En dat principe luidt dat de hoeveelheid geld die op een bepaald moment in omloop is, een afspiegeling dient te zijn van de onderliggende economische waarde. Na het verlaten van de gouden standaard is dit de belangrijkste reden dat consumenten en beleggers vertrouwen hebben in geld als universeel ruil- en oppotmiddel. Toch wordt door nagenoeg iedere overheid tegen dit principe gezondigd.

En zodra het punt bereikt wordt waarop de rente die een overheid over haar leningen moet betalen groter is dan wat de economie aan extra investering kan verwerken, dan zal er geld uit die economie wegvloeien (naar de markten). Het noodzakelijkelijkerwijs aanzuiveren van het tekort om de lokale markt (die niet gekrompen is) liquide te houden, zorgt daarna voor een teveel aan geld. De economie is vanaf dat moment principieel uit evenwicht.

Dat we hier in de praktijk tot op heden zo weinig van hebben gemerkt en misschien ook weinig van gaan merken, danken we aan een aantal factoren. Veel van dat geld is zoals gezegd buiten de economie van alledag belegd. Natuurlijk hebben aandelenbeurzen een relatie met de werkelijke economie, maar ze hebben ook een enorme buffercapaciteit. De omvang van de beurzen nu, is vele malen groter dan ze vijftig jaar geleden was. Een deel van het geld zit hierin. Voor de vastgoedmarkt geldt mutatis mutandis hetzelfde. Ook hier gaat het om lange-termijngeld, ook hier zijn omvang en prijspeil sterk gestegen en is de buffercapaciteit groot. En zo zijn er meer niches waar banken en beleggers hun geld naartoe brachten op die momenten dat de reguliere economie het geld niet kon absorberen.

Decennia lang was er weing aan de hand. Totdat de werkelijke economie en de ‘nieuwe markten’ elkaar tegenkwamen in 2007. Toen stortte de de Amerikaanse huizenmarkt in en werd het gouden principe van de economie voor het eerst sinds lange tijd weer eens getoetst: staat de onderliggende waarde garant voor de boekwaarde? Het antwoord luidde nee. Wat er toen had moeten gebeuren weet inmiddels iedereen, de banken hadden astronomische verliezen moeten nemen. Maar vanwege het nieuwe fenomeen ‘systeembank’ en de ondoorzichtige verzekeringsconstructies die de plaats van overheidsgaranties hadden ingenomen, gebeurde dat maar op zeer beperkte schaal.

Maar wat zou er gebeurd zijn als de banken hun afschrijvingen wél hadden kunnen doorvoeren? Het antwoord daarop is verrassend. Dan had het oneigenlijke geld dat door politiek-gemotiveerde obligatie-uitgiften via overheden in de wereld was gekomen, vernietigd geweest. Dan hadden die vermaledijde financiële markten het gelag betaald voor een halve eeuw economisch onverantwoorde politiek.

In plaats daarvan werd een reddingsoperatie gestart die het oneigenlijke geld legitimeerde in de vorm van steun en garanties. De noodzakelijke vernietiging werd hiermee vooruitgeschoven en grosso modo bleef de situatie ongewijzigd. Met dien verstande dat het geld dat de markten inderdtijd als rente op overheidsschulden ontvingen, nu te boek staat als graaigeld en de geldschieters van weleer als schurken.

De eurocrisis in Europa geeft op dat punt een duidelijker beeld. Hier hebben banken en andere investeerders hun aanzienlijke vorderingen direct op overheden zonder dat daar een huizenmarkt als bliksemafleider tussen zit. Schulden die in de loop van 40-50 jaar zijn opgebouwd en een rechtstreeks gevolg zijn van de wens politieke idealen te verwezenlijken. Het sociale voorzieningenstelsel, gezondheidszorg, natuur- en milieubeleid, ontwikkelingssamenwerking, immigratie, kunst- en cultuursubsidies, ngo’s, klimaat- en energiebeleid, het zijn stuk voor stuk onderwerpen waarvan het economisch rendement onvolledig is.

Indien we de gewenste grootte van het Europese reddingsfonds als indicatie nemen (2000 miljard) dan is dit – ten minste - het bedrag dat om politieke redenen aan de Europese economie onttrokken is en terecht kwam op de financiële markten. Tegelijkertijd is ongeveer dezelfde hoeveelheid geld via centrale banken toegevoegd aan de reële economie vanwege de ontstane krapte.

Met name in de zuidelijke EU-lidstaten is de toestand inmiddels dramatisch te noemen. De volstrekt scheve verhouding tussen economisch verantwoorde en economisch onverantwoorde leningen heeft geleid tot een situatie waarin de nationale economieën op geen enkel vlak meer kunnen concurreren met de rest van de wereld. Een logisch gevolg van veertig jaar uitholling en één decennium van euro-potverteren.

De mondiale crisis waarin we nu verkeren is daarom niet de schuld van ‘de banken’ en nog minder van het kapitalisme. Ze is te wijten aan spilzieke, politiek-gemotiveerde overheden die de gouden regel van de monetaire economie met voeten traden. De crisis kwam van boven.

Sunday, January 22, 2012

Co-hi-hi-ha-ha-hen

(bron: RTLnieuws)
Cohen doet vandaag op het PvdA-congres een persoonlijke oproep aan premier Rutte: stap op! Rutte mist volgens Cohen het leiderschap om Nederland uit de crisis te halen.

Cohen nota bene, die door zijn eigen partij gebrek aan leiderschap verweten wordt. Cohen die zelfs door NRC en NOS als aanvoerder niet meer serieus genomen wordt. Die Cohen roept de premier op zijn functie neer te leggen.

Als onder jouw verantwoordelijkheid dagelijks ruim 200 mensen werkloos worden, dan wordt het tijd dat je zelf ontslag neemt" argumenteert Cohen. Let wel, dit is de man onder wiens verantwoordelijkheid de PvdA in korte tijd 8 zetels verloor, goed voor 480.000 kiezers; dat zijn er 650 per dag!

En nu we dan toch aan het rekenen zijn, nog eentje uit de reeks ‘open grenzen, gedeelde welvaart’. Stel, er worden in Nederland 200.000 mensen werkloos. In dezelfde periode komen er 300.000 werkwillige oostblokkers naar ons land. Is de werkloosheid dan toe- of afgenomen?

Beleid waar rechts de vingers bij aflikt is er nooit gekomen. Op gebied van defensie en Europa doet Rutte-I in weinig onder voor PvdA, D66 of GroenLinks. Dat zou je Rutte terecht kunnen verwijten en dat doe ik ook. Maar de frisse manier waarop deze premier ‘de boel bij elkaar houdt' verdient een compliment. Dat hebben we lang niet gezien.

Zo niet voor zuur links: „mijn deur blijft dicht voor dit snoeiharde rechtse beleid. Potdicht." Prima Job, hou je poot stijf. Ik kan me goed voorstellen dat het dringen geblazen is, daar voor jouw deur.
Gratis web site teller.