Monday, April 9, 2012
Alternatieve kern-energie
Op 11 maart 2011 vielen in Japan 25.000 doden na een verwoestende tsunami. Bijna een half miljoen mensen werd geëvacueerd, het land verschoof ruim twee meter in oostelijke richting en zelfs de aardas kwam verder uit het lood te staan. Toch herinnert een jaar later slechts één woord ons aan deze ramp: Fukushima.
Het geeft aan wat eenzijdige en gekleurde berichtgeving vermag. Niet de duizenden doden noch de onbeschrijfelijke verwoesting leven voort als noodlottig memento, maar een reactorongeluk, waarbij welgeteld nul doden vielen. Zo groot is de kennelijk weerzin tegen kernenergie dat – als de gedachte al opkomt - niemand deze slotsom immoreel durft te noemen; ik doe het wel, bij deze.
Evenwel realiseer ik mij dat het tij niet te keren is. De hetze die de afgelopen dertig jaar door groene en linkse partijen zowel op straat als in het onderwijs is gevoerd, heeft een generatie laten opgroeien met het idee dat kernenergie een ernstig foute energievorm is, dat kernenergie bestreden moet worden en zo snel mogelijk moet worden afgeschaft. En het onzalige plan van Merkel om in reactie op Fukushima(!) binnen tien jaar alle kerncentrales te sluiten, ‘bewijst’ hun gelijk.
Waarmee de Duitsers het vijfde deel van hun energievoorziening dat zo wegvalt gaan aanvullen blijft vooralsnog onduidelijk. De NOS wist vorige week te melden dat er ‘groene energie’ voor in de plaats komt "want Duitsland vervult op dit gebied een voortrekkersrol". Ik wil dat graag geloven. Maar ik geloof ook dat Duitsland hiermee niet alleen haar energievoorziening op het spel zet maar bovendien haar economie. De essentie van windenergie (want daarop werd gedoeld) is namelijk dat iedere megawatt aan opgesteld vermogen een conventionele backup behoeft. Dus om de 20% vermogensverlies op te vangen zullen onze buren 40% aan vermogen moeten bijbouwen of importeren. En dat zal zelfs een economische grootmacht als Duitsland zwaar vallen.
De afgelopen vijftien jaar hebben dezelfde paradijsbereiders die eerder kernenergie tot alimenta non grata verklaarden, het begrip ‘groene energie’ op de kaart gezet. Inmiddels heeft groene energie in de volksbeleving de vorm aangenomen van een magische substantie die weliswaar vele verschijningsvormen kent, maar die in al haar gestalten deugt. Dit in tegenstelling tot kolen- en kernenergie. Nog even en de illusie dat groene energie een delfbare stof is zal compleet zijn. Een stof zonder nadelen, een stof bovendien die onbeperkt en nagenoeg gratis verkrijgbaar is.
Maar o ironie, wat zij en velen met hen niet lijken te weten is dat die stof ook daadwerkelijk bestaat, en we noemen haar Thorium. Toen driekwart eeuw geleden werd onderzocht of energie uit kernen economisch rendabel kon zijn, had men daarbij twee kandidaten op het oog: Thorium en Uranium. Thorium bezat veruit de beste papieren maar kende één groot nadeel, je kunt er met geen mogelijkheid een atoombom van maken. Daarom werd gekozen voor Uranium, een keuze waarvan de gevolgen inmiddels een stuk verder lijken te reiken dan Hiroshima en Nagasaki alleen.
Het element Thorium is een laag-radioactief materiaal met een halfwaardetijd van een paar honderd jaar (de halfwaardetijd van Uranium is duizend maal groter). Thorium behoeft i.t.t. Uranium geen duur en ingewikkeld verrijkingsproces maar is direct bruikbaar. Ook is het gedolven materiaal voor de volle honderd procent te benutten terwijl van het gedolven Uranium maximaal één procent gebruikt wordt.
Alleen al de bekende Thoriumvoorraden volstaan voor de komende drie millennia, maar aangezien meegedolven Thorium nu als afval terzijde wordt gelegd is er nooit actief naar gezocht. De voorraden zullen dan ook vele malen groter blijken. Bovendien bevinden deze voorraden zich voornamelijk in politiek stabiele regio’s.
Maar er is meer. Thoriumzout-centrales kunnen niet ‘smelten’, het proces is zelfdovend en sluit nucleaire incidenten zoals in Tjernobyl en Fukushima uit. De hoeveelheid radioactief afval bedraagt slechts een fractie (<1%) van wat de modernste uraniumcentrales produceren. Bovendien kan met behulp van Thorium, opgeslagen Plutonium-afval worden afgebroken en omgezet in nieuwe brandstof voor bestaande uraniumcentrales.
Enthousiaste wetenschappers stellen dat Thorium – mits we onze schouders eronder zetten – olie, steenkool, Uranium en gas binnen een decennium overbodig kan maken. Maar daar zijn het enthousiaste wetenschappers voor; de praktijk zal weerbarstiger blijken want Thorium genereert bij de bestaande belangenverenigingen slechts weinig enthousiasme.
Zo zijn daar de kernenergieproducenten zelf. Zij hebben miljarden geïnvesteerd om hun klassieke centrales veilig en up-to-date te houden. Het gros van deze centrales kan bovendien nog tientallen jaren mee waardoor alternatieven al snel tot desinvesteringen leiden.
Voor de olieproducenten geldt dat zij niets te zoeken hebben in (alternatieve) kernenergie, dat vinden ze althans zelf. Stuk voor stuk zijn de Shell’s en BP’s van deze wereld zich de laatste jaren weer volledig gaan richten op hun core business: olie en (schalie)gas.
Voor de producenten van groene energie en -toebehoren ligt het geheel iets complexer maar niet veel anders. De kurk waar hun industrie op drijft heet subsidie. En subsidies kun je maar één keer uitgeven. Bovendien dreigen de subsidiekranen vanwege de aanhoudende economische crises steeds verder dichtgedraaid te worden waardoor iedere cent die richting Thorium-onderzoek gaat, in mindering gebracht zal worden op hun eigen budget.
En last but not least natuurlijk de anti-kernenergie en milieubewegingen. Niet alleen blijven zij zich op principieel/statutaire gronden met misleidende emo-prop en maatschappij-ontwrichtende acties verzetten tegen iedere vorm van kernsplijting, ook zijn ze voor hun voortbestaan inmiddels volledig afhankelijk van de groene status-quo. Ieder initiatief zonder windmolens is een potentiële bom onder hun bestaan.
Kortom, de ontwikkeling van Thorium als alternatieve energiebron zal geen sine cure blijken. De communis opinio in de EU wordt al jaren gedomineerd door lobbies en adviesorganen van bovengenoemde verenigingen. We moeten daarom vrezen dat Europa ook op dit terrein de boot gaat missen en het initiatief zal laten aan landen als China, Japan en India. Landen die zich lijken te realiseren dat een op Thorium gebaseerde energiecyclus veilig, schoon, betaalbaar en toekomstvast is.
Sunday, February 26, 2012
Het spaarlampsyndroom
![]() |
| De volgende crisis zal energiecrisis heten |
Het grote probleem met wind- en zonne-energie zit hem in de onmogelijkheid de opgewekte energie efficiënt op te slaan. Daarom staat er achter ieder windmolenpark een gascentrale van dezelfde capaciteit, voor als het niet waait.
Vanuit economisch perspectief moet je dan ook stellen: conventionele centrales volstaan voor de totale energiebehoefte van ons land, waaruit volgt dat windmolenparken – zodra het waait – voor overcapaciteit zorgen[1]. Een overcapaciteit die additioneel, dat wil zeggen buiten het mechanisme van vraag-en-aanbod om, gefinancierd zal moeten worden.
De onlosmakelijke verbondenheid tussen gas en wind maakt bovendien dat de afhankelijk van buitenlandse gasleveranciers als Rusland en Iran[2] steeds groter wordt. Ook dat ligt besloten in de aard van de oplossing: een windmolenpark met een capaciteit van 1000MW levert jaarlijks maximaal 250MW aan het net. De andere driekwart wordt door gebrek aan wind nooit opgewekt. De 750MW die we hierdoor tekort komen moet door de achterliggende gascentrale en geïmporteerde brandstof geleverd worden.
Daarom is Europa, naast windmolenparken, in razend tempo gascentrales aan het bouwen[3]. Alleen al in Nederland zijn er de afgelopen twee decennia ruim twintig uit de grond gestampt. Tegelijkertijd worden kolencentrales uitgefaseerd of niet gebouwd omdat hun CO2-footprint voor activistische milieuclubs als Greenpeace ten enen male onacceptabel is. Over het werkelijk CO2-vrije alternatief, te weten kernenergie, spreken we dankzij diezelfde clubs al sinds de jaren zeventig niet meer.
Milieu-organisaties en het IPCC hebben middels een effectieve lobby, smakeloze bangmakerij en maatschappelijke infiltratie bereikt dat op energie-gebied het point-of-no-return in zicht is gekomen. De hoeveelheid geld die in de vorm van meerjarige subsidie-overeenkomsten richting energiesector is gegaan maakt dat deze bedrijfstak voor haar voortbestaan noodzakelijkerwijs op de ingeslagen weg moet voortgaan. De laatste kredietreserves worden nu aangewend om het distributienetwerk geschikt te maken voor de enorme hoeveelheden gas die straks zullen worden aangeland.
In minder dan twintig jaar tijd zijn we zo vanuit een toestand van energiezekerheid en natuurlijke groei, gekomen op een punt waar die zekerheid in handen dreigt te komen van onbetrouwbare buitenlandse partners en de (groei)kosten – vanwege de koppeling gas/wind en het uitfaseren van goedkopere alternatieven – tenminste verdubbelen.
Het meest kwalijke aan de ontstane situatie is echter de economische luchtbel die het heeft gecreëerd. De vele duizenden miljarden die omgaan in het alternatieve-energiecircuit plus de uit CO2-reductieafspraken afkomstige geldstromen, kennen geen enkele economische redelijkheid. Er bestaat vanuit economisch standpunt bezien geen noodzaak noch staat er enige onderliggende waarde tegenover. Het gehele systeem bestaat bij gratie van subsidiëring. En du moment dat ergens de subsidieketen wordt verbroken stort het hele kaartenhuis in elkaar en ontstaat een crisis die zijn weerga niet kent. Dan zullen er noodfondsen nodig zijn om de energiesector overeind te houden, net als met de banken nu. Dan zullen de energieproducenten de zwarte piet toegespeeld krijgen, net als de banken nu.
De uiterst effectieve methodiek die ons tot in dit moeras heeft geleid laat zich wellicht het best betitelen als ‘het spaarlampsyndroom’. Hierbij gaan organisaties die een maatschappelijke verandering tweeg willen brengen als volgt te werk: 1) mobiliseer het publiek met pakkende betogen, waar nodig overgoten met een pseudo-wetenschappelijk sausje 2) dit maakt de politiek rijp voor het afkondigen van maatregelen die 3) de industrie door stimulatie en dwang een bepaalde richting wijzen. 4) Op enig moment is dan de situatie bereikt waarop de industrie vanuit een return-on-investmentgedachte, geheel uit eigener beweging, dezelfde boodschap als de actievoerders gaat verkondigdigen.
Omdat industrie, politiek en maatschappij nu op één lijn zitten zal 5) ‘foute’ concurrentie (zoals gloeilamp en kernenergie) effectief en gezamenlijk bestreden worden. En zie, de maatschappelijke verandering is een feit. Een verandering die we ‘met z’n allen’ gewild hebben. Dus mocht straks blijken dat het geen goed idee was, dan treft de actievoerders en politici van weleer geen enkele blaam.
De ontwikkeling en introductie van de spaarlamp toont dit mechanisme in al haar facetten, zij het op kleine schaal. Dat dit helwitte gedrocht ons uiteindelijk slechts een onmeetbaar kleine CO2-reductie oplevert maar wel een serieus klein-chemisch afvalprobleem genereert, daaraan hebben Greenpeace, Philips, de Minister noch U enige schuld; we werkten er immers allemaal aan mee en deden het om de wereld beter te maken. Bovendien, niemand kan in de toekomst kijken.
Daarom zal straks ook niemand naar Greenpeace, GroenLinks of het IPCC wijzen als we in een strenge, windstille winter plotseling zonder gas komen te zitten. Dan ligt de oorzaak niet in het feit dat een eens stabiele energievoorziening om zeep is geholpen. Nee, de oorzaak zal dan bij Rusland liggen dat niet die hoeveelheid gas wilde leveren die wij nodig hadden, en tegen de prijs die we konden betalen.
P.S. binnenkort een positief stuk, over alternatieve energie.
[1] gascentrales die als backup fungeren worden niet gerekend tot de productiekosten van windenergie, en dat zou wel moeten want ze vormen één geheel. Zo wordt ook duidelijk dat windenergie nooit op kosten kan cocurreren, immers:
windmolenpark + gascentrale > gascentrale + 0
[2] Rusland en Iran bezitten meer dan de helft van de wereldwijde gasreserves
[3] het Wikipedia-lemma terzake meldt overigens dat deze centrales bijzonder geschikt zijn om ‘pieken in de vraag’ op te vangen, het woord ‘backup’ komt niet voor.
Monday, February 20, 2012
Bruine mensen bestaan niet
![]() |
| De racist Elliot (links) op schoot bij zijn moeder |
Lagere scholen in Groot-Britannië zijn verplicht "any incident that is perceived to be racist by the victim or any other person" te melden aan de autoriteiten. Hetzelfde geldt voor ‘incidenten’ waar sexuele geaardheid of geloof een rol spelen. Inmiddels hebben 20.000 kindertjes tot elf jaar een dossier aan hun korte broek waarin voor het nageslacht is vastgelegd dat ze betrokken waren bij een ‘hate crime’, want zo worden deze incidenten genoemd.
Maar wat is er nu precies racistisch aan de vraag are you brown because you’re from Africa? We weten dat er bruine mensen in Afrika wonen, dat is geheim noch beledigend. Ook Elliot zal dat op school geleerd hebben en ongetwijfeld heeft de juf daaraan toegevoegd dat het hele normale mensen zijn, net als hij. En dat is ook zo. Het racistische element betreft dus niet zozeer de vraag zelf, als wel het feit dat Elliot in zijn vraagstelling meenam dat het jongetje een donkere huidskleur had.
Het politiek-correcte schoolbestuur ziet dit als beledigend. Kennelijk is voor deze mensen de toevoeging ‘bruin’ net zoiets als scheel, of leproos. Van bruine mensen mag je niet zeggen dat ze bruin zijn, want bruin is - in hun ogen - een afwijking en daar zwijg je over: alle mensen zijn gelijk en niemand is bruin.
Dit is het betuttelracisme voorbij, dit is ronduit pervers. Volwassenen, die in het gegeven 'bruine huidskleur' een belediging zien, noemen een jochie van zeven racist. Waarom is het toch dat deze moreel verheven gelijkheidsdenkers de wereld steevast rotter maken, en nooit beter? Don’t we ever learn?
Subscribe to:
Posts (Atom)


