Sunday, June 23, 2013

Islamofobie en respect


Op een overigens gezellig partijtje betitelde een van de aanwezigen mij gekscherend als islamofoob. Om daar vervolgens op serieuzere toon aan toe te voegen 'maar je kunt toch wel respect hebben voor moslims'? Zoveel emo-logica in één zin, daar staat je verstand bij stil.

Stel, ik heb pleinvrees, ook dat is een fobie. Ik zal zo'n ruimte nooit durven oversteken. Ik zal er in een eerbiedwaardige boog omheen gaan, als betrof het heilige grond. Mijn gedrag in dat opzicht is gelijk aan dat van de man voor wie het plein daadwerkelijk heilige grond is. Ook hij zal er omheen lopen als zijn overtuiging dat voorschrijft. Zo betonen wij ieder op onze eigen wijze respect aan het plein. Letterlijk, want het woord respect betekent zoveel als: 'eerbied uit hoogachting of angst'.

Daarom, uit de aard van zijn ziekte, respecteert een islamofoob de islam. Hem respectloosheid verwijten staat gelijk aan hem ‘beter’ verklaren. "Toon eens een beetje respect voor dat plein agorafoob! Loop er niet dwars overheen!" Zoiets dus. Gevoelsmatig zal het allemaal wel kloppen maar de logica ontbreekt. De klassieke logica in de argumentatie is vervangen door emo-logica, een verwoord gevoel dat de status van 'echt' heeft omdat de spreker het écht zo voelt. Mij irriteert het mateloos.

Ook irritant is de impliciete gelijkschakeling van moslims en islam. Ik maak altijd bewust een onderscheid tussen het individu en zijn geloof. Pas wanneer iemand z'n individualiteit vrijwillig aflegt om zich te onderwerpen aan het collectief, en zo - volgens de definitie van Kant - een omgekeerde Verlichting doormaakt, pas dan vervalt voor mij het praktisch onderscheid tussen gelovige en geloof.

De kosmopoliet die de multiculturele samenleving verdedigt maar deze begrippen door elkaar gebruikt, geeft te kennen dat hij moslims op voorhand geen identiteit toedicht anders dan 'onderworpene' en ‘dienaar van Allah’. Maar is dat niet juist wat hij zijn critici verwijt? Djeez man, what's your point!?

Monday, May 27, 2013

Ondertussen in Staphorst

Het is stil in de buitenwijken van Staphorst. Voor het eerst in vijf dagen bleef het vannacht rustig. Op straat ligt nog het glas en her en der staan uitgebrande autowrakken. Ze verspreiden de geur van brak bluswater en verbrand rubber. Achter ons duikt een ouder echtpaar op. Zij draagt de traditionele beenbedekkende kleding, hij is in het zwart met dito gleufhoed. "Rot op naar je eigen wijk!" bijten ze ons toe. 
 
Ik loop met sociaal antropoloog Ed Nienström door het deel van Staphorst dat vorige week wereldnieuws werd. Nachten was dit gebied het toneel van ongekend heftige rellen en bruut geweld. Geweld dat zich richtte tegen hulpdiensten en alle niet-christelijke elementen en personen in de wijk. Net als ik loopt Ed Nienström hier voor het eerst, maar toch is de situatie voor hem zeer herkenbaar.
 
"Het verbaast me niets dat zit gebeurt" zegt Ed. "We zagen dit ook vorig jaar bij het Chinezen-oproer in Amsterdam. Ook daar ontlaadde zich de frustratie om het 'niet geaccepteerd worden’ in brandstichting en vernielingen". Volgens Nienström zitten media en politiek er flink naast door constant culturele of etnische verbanden te willen zien want, "die zijn er niet" weet hij. "Dit is een jongerenprobleem, steeds meer jongeren voelen zich gediscrimineerd en buitengesloten. Ze voelen zich de generatie aan wie alles voorbijgaat".
 
De socioloog wijst in dit verband op de Staphorstse jeugd. Deze jonge christenen weten zich niet geaccepteerd door de samenleving omdat hun geloof belachelijk wordt gemaakt; met name door zekere politici. "Wanneer je steeds te horen krijgt: ja maar in Staphorst dit en in Staphorst dat, dan barst op een gegeven moment de bom. Daar doe je niets aan". 
 
En dat die bom inmiddels gebarsten is moge duidelijk zijn. Zoals het ook duidelijk is dat Staphorst in dit verband niet meer is dan een incident. De recente aanslagen en lynchpartijen door kruisvaartactivisten tonen aan dat de onvrede diep zit. Het is een veenbrand die overal in Europa bovengronds kan komen. Toch beklemtoont Nienström nogmaals dat het hier geen cultureel of religieus geïnspireerd fenomeen betreft.
 
“Als dit zich zou beperken tot christelijke jongeren van Europese komaf dan zouden we het inderdaad in die richting moeten zoeken” zegt Nienström. “Maar de recente problemen met Chinese jongeren in Amsterdam, Parijs en Stockholm tonen wat binnen de sociale en culturele antropologie al langere tijd bekend is: Europa heeft een jongerenprobleem”.
 
Nienström pleit dan ook voor oplossingen in Europees verband. Zijn faculteit doet sinds 2012 onderzoek naar de mogelijkheden van wat hij noemt een ‘sociaal contract’. Jongeren zouden middels zo’n contract de garantie moeten krijgen op werk dat “in overeenstemming is met hun cultureel bepaalde verwachtingspatroon”. De socioloog is zich er terdege van bewust dat het nog jaren kan duren voordat de overheid voldoende geschikte banen heeft gecreëerd maar hij is op dit punt zeer pragmatisch. “Het werk is nu zeer ongelijk verdeeld, ik kan mij een overgangsfase voorstellen waarin een regime van compenserende werkkringdistributie van kracht is”.
 
Met deze laatste overweging moeten wij ons gesprek helaas beëindigen. Het is inmiddels gaan schemeren en er komt meer volk op straat. Wij worden aangesproken door een jongerenwerker die aangeeft dat onze aanwezigheid mogelijk als provocatie wordt opgevat. We besluiten daarop te vertrekken en hopen dat het ook vannacht rustig zal blijven in Staphorst.

Monday, April 9, 2012

Alternatieve kern-energie


Op 11 maart 2011 vielen in Japan 25.000 doden na een verwoestende tsunami. Bijna een half miljoen mensen werd geëvacueerd, het land verschoof ruim twee meter in oostelijke richting en zelfs de aardas kwam verder uit het lood te staan. Toch herinnert een jaar later slechts één woord ons aan deze ramp: Fukushima.

Het geeft aan wat eenzijdige en gekleurde berichtgeving vermag. Niet de duizenden doden noch de onbeschrijfelijke verwoesting leven voort als noodlottig memento, maar een reactorongeluk, waarbij welgeteld nul doden vielen. Zo groot is de kennelijk weerzin tegen kernenergie dat – als de gedachte al opkomt - niemand deze slotsom immoreel durft te noemen; ik doe het wel, bij deze.

Evenwel realiseer ik mij dat het tij niet te keren is. De hetze die de afgelopen dertig jaar door groene en linkse partijen zowel op straat als in het onderwijs is gevoerd, heeft een generatie laten opgroeien met het idee dat kernenergie een ernstig foute energievorm is, dat kernenergie bestreden moet worden en zo snel mogelijk moet worden afgeschaft. En het onzalige plan van Merkel om in reactie op Fukushima(!) binnen tien jaar alle kerncentrales te sluiten, ‘bewijst’ hun gelijk.

Waarmee de Duitsers het vijfde deel van hun energievoorziening dat zo wegvalt gaan aanvullen blijft vooralsnog onduidelijk. De NOS wist vorige week te melden dat er ‘groene energie’ voor in de plaats komt "want Duitsland vervult op dit gebied een voortrekkersrol". Ik wil dat graag geloven. Maar ik geloof ook dat Duitsland hiermee niet alleen haar energievoorziening op het spel zet maar bovendien haar economie. De essentie van windenergie (want daarop werd gedoeld) is namelijk dat iedere megawatt aan opgesteld vermogen een conventionele backup behoeft. Dus om de 20% vermogensverlies op te vangen zullen onze buren 40% aan vermogen moeten bijbouwen of importeren. En dat zal zelfs een economische grootmacht als Duitsland zwaar vallen.

De afgelopen vijftien jaar hebben dezelfde paradijsbereiders die eerder kernenergie tot alimenta non grata verklaarden, het begrip ‘groene energie’ op de kaart gezet. Inmiddels heeft groene energie in de volksbeleving de vorm aangenomen van een magische substantie die weliswaar vele verschijningsvormen kent, maar die in al haar gestalten deugt. Dit in tegenstelling tot kolen- en kernenergie. Nog even en de illusie dat groene energie een delfbare stof is zal compleet zijn. Een stof zonder nadelen, een stof bovendien die onbeperkt en nagenoeg gratis verkrijgbaar is.

Maar o ironie, wat zij en velen met hen niet lijken te weten is dat die stof ook daadwerkelijk bestaat, en we noemen haar Thorium. Toen driekwart eeuw geleden werd onderzocht of energie uit kernen economisch rendabel kon zijn, had men daarbij twee kandidaten op het oog: Thorium en Uranium. Thorium bezat veruit de beste papieren maar kende één groot nadeel, je kunt er met geen mogelijkheid een atoombom van maken. Daarom werd gekozen voor Uranium, een keuze waarvan de gevolgen inmiddels een stuk verder lijken te reiken dan Hiroshima en Nagasaki alleen.

Het element Thorium is een laag-radioactief materiaal met een halfwaardetijd van een paar honderd jaar (de halfwaardetijd van Uranium is duizend maal groter). Thorium behoeft i.t.t. Uranium geen duur en ingewikkeld verrijkingsproces maar is direct bruikbaar. Ook is het gedolven materiaal voor de volle honderd procent te benutten terwijl van het gedolven Uranium maximaal één procent gebruikt wordt.

Alleen al de bekende Thoriumvoorraden volstaan voor de komende drie millennia, maar aangezien meegedolven Thorium nu als afval terzijde wordt gelegd is er nooit actief naar gezocht. De voorraden zullen dan ook vele malen groter blijken. Bovendien bevinden deze voorraden zich voornamelijk in politiek stabiele regio’s.

Maar er is meer. Thoriumzout-centrales kunnen niet ‘smelten’, het proces is zelfdovend en sluit nucleaire incidenten zoals in Tjernobyl en Fukushima uit. De hoeveelheid radioactief afval bedraagt slechts een fractie (<1%) van wat de modernste uraniumcentrales produceren. Bovendien kan met behulp van Thorium, opgeslagen Plutonium-afval worden afgebroken en omgezet in nieuwe brandstof voor bestaande uraniumcentrales.

Enthousiaste wetenschappers stellen dat Thorium – mits we onze schouders eronder zetten – olie, steenkool, Uranium en gas binnen een decennium overbodig kan maken. Maar daar zijn het enthousiaste wetenschappers voor; de praktijk zal weerbarstiger blijken want Thorium genereert bij de bestaande belangenverenigingen slechts weinig enthousiasme.

Zo zijn daar de kernenergieproducenten zelf. Zij hebben miljarden geïnvesteerd om hun klassieke centrales veilig en up-to-date te houden. Het gros van deze centrales kan bovendien nog tientallen jaren mee waardoor alternatieven al snel tot desinvesteringen leiden.

Voor de olieproducenten geldt dat zij niets te zoeken hebben in (alternatieve) kernenergie, dat vinden ze althans zelf. Stuk voor stuk zijn de Shell’s en BP’s van deze wereld zich de laatste jaren weer volledig gaan richten op hun core business: olie en (schalie)gas.

Voor de producenten van groene energie en -toebehoren ligt het geheel iets complexer maar niet veel anders. De kurk waar hun industrie op drijft heet subsidie. En subsidies kun je maar één keer uitgeven. Bovendien dreigen de subsidiekranen vanwege de aanhoudende economische crises steeds verder dichtgedraaid te worden waardoor iedere cent die richting Thorium-onderzoek gaat, in mindering gebracht zal worden op hun eigen budget.

En last but not least natuurlijk de anti-kernenergie en milieubewegingen. Niet alleen blijven zij zich op principieel/statutaire gronden met misleidende emo-prop en maatschappij-ontwrichtende acties verzetten tegen iedere vorm van kernsplijting, ook zijn ze voor hun voortbestaan inmiddels volledig afhankelijk van de groene status-quo. Ieder initiatief zonder windmolens is een potentiële bom onder hun bestaan.

Kortom, de ontwikkeling van Thorium als alternatieve energiebron zal geen sine cure blijken. De communis opinio in de EU wordt al jaren gedomineerd door lobbies en adviesorganen van bovengenoemde verenigingen. We moeten daarom vrezen dat Europa ook op dit terrein de boot gaat missen en het initiatief zal laten aan landen als China, Japan en India. Landen die zich lijken te realiseren dat een op Thorium gebaseerde energiecyclus veilig, schoon, betaalbaar en toekomstvast is.
Gratis web site teller.