In het Gooi ontstond deze week commotie over de abri-posters van RTV Noord-Holland met daarop: "Huizen er nog andere jihadgezinnen in 't Gooi?" Moslimorganisaties en de Socialistische Partij waren boos want dit was haatzaaien tegen de moslimbevolking. Drogredeneringen als deze zijn symptomatisch voor mensen bij wie individualiteit nog slechts een voetnoot in het partijprogramma is of, in het geval van de ware gelovige, geheel uit de beleving verdween.
Collectiviteit is de norm bij mohammedanen en collectiviteit is de norm bij socialisten. Hun relatie met individualiteit is een moeizame omdat beide het collectief als uitgangspunt nemen. Voor hen bestaat niet het collectief bij gratie van het individu, maar het individu bij gratie van het collectief. Het individu is de schone lei die door de commune beschreven moet worden om een identiteit te verkrijgen. Deze omkering van zaken leidt steevast tot inconsistente en ronduit foute redeneringen.
Wie een kritische noot plaatst bij de mohammedaanse leer, de islam, wordt verweten een racist te zijn. De bijbehorende redenering gaat als volgt: natuurlijk mag je een godsdienst hekelen, maar de islam vormt de collectieve identiteit van de moslimgemeenschap en aan deze collectieve identiteit ontlenen individuele moslims hun gezicht. Wie de islam een douw geeft, raakt zo de individuele moslim en maakt zich daarmee schuldig aan racisme. Vreemd genoeg doet deze redenering geen opgeld wanneer de verontwaardigden zélf hun grieven jegens - bijvoorbeeld - de Joodse Staat ventileren. De onversneden haat die dan wordt opgedist heeft, volgens hen, in het geheel niets met individuele Joden van doen; men is toch zeker geen racist.
Complexer wordt het bij aanslagen gepleegd door extremistische moslims die zeggen in lijn met de mohammedaanse leer te handelen, hetgeen ze ook kunnen aantonen. Voor de apologeet van het collectief wordt het nu zaak de relatie tussen individu en collectief te verbreken: de jihadist blijft individu, wordt gedegradeerd tot lone wolf en de slachtoffers worden, in tegenstelling tot de redenering van zoëven, gecollectiveerd: 'je suis Charlie', 'dit heeft niets met islam te maken'.
Een logicus zal nu concluderen: wanneer je met dezelfde redenering tot tegenovergestelde conclusies kunt komen, dan deugt de redenering niet. Maar logica zo min als feiten zijn besteed aan de notoire collectivist. En eenmaal bevrijd van de knellende banden van het syllogisme, gebruikt deze zijn geroofde vrijheid om in één sermoen gelijktijdig beide paden te bewandelen, zoals bij de Gooise abri-posters.
Op de vraag "Huizen er nog andere jihadgezinnen in 't Gooi?" luidt de reactie van 'moslims In dialoog': "via buitenreclame angst & haat te zaaien jegens de moslims!". Hiermee wordt het individu, namelijk het jihadgezin, opgetild tot het collectief van 'de moslims'. Vervolgens wordt vanuit dit collectief een vooraf geselecteerd individu naar voren geschoven als zijnde het slachtoffer: "Stel je voor dat je een moslimmoeder bent, die met twee kindjes bij een bushokje met zo'n tekst staat'' (Bianca Verweij van de lokale SP).
Met enige regelmaat gaan er stemmen op om van bestuurders en parlementsleden tenminste een academische titel te verwachten, dit "om de discussie zuiver te houden". Zelf ben ik geneigd te denken dat een cursus 'voorzitter/redacteur, herken de drogreden!' meer effect zal sorteren.
Groepjes enthousiaste moslims delen vandaag gratis korans uit om mij te tonen hoe mooi de islam in werkelijkheid is. Ik stel me voor dat katholieke jongens en meisjes hetzelfde hadden gedaan na de misbruikschandalen. En dat ik dan, tot mijn onmetelijke schrik en verbijstering, in de bijbel had gelezen dat kindermisbruik tot de heilige plicht van iedere gelovige behoort.
Met een uitgedeelde koran in de hand rechtvaardigt ISIS wat ze doet. Met de koran in de hand werd de redactie van Charlie Hebdo uitgemoord. Met de koran in de hand zijn er sinds 9/11 meer dan vijfentwintigduizend door de profeet geïnspireerde aanslagen geweest. Je moet van onnozele of bedrieglijke huize komen om te ontkennen dat dit niet naar de letter van Allahs eeuwige opdracht is geweest.
Ik heb deze koran gelezen, en delen van de hadith. En vooral ook de commentaren. Mijn conclusie is gelijk aan die van Schoppenhauer: "We vinden hierin de meest trieste en armzaligste vorm van theïsme. Veel kan in de vertaling verloren zijn gegaan, maar ik ben er geen enkele waardevolle gedachte in tegengekomen".
God plantte de 'boom der kennis van goed en kwaad' in het paradijs en verbood Adam & Eva ervan te eten. Evenwel aten ze er van. Al hou ik me niet dagelijks met dit onderwerp bezig, zo nu en dan wordt het aangeroerd en dan komt ook die vraag weer boven: hoe konden ze er niet van eten?
In de Statenbijbel Genesis 2:16-17 lezen we:
En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
Slechts een paar verzen later heeft Eva zich al door de slang laten verleiden ...
En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.
Mijn probleem is dit: hoe kun je, zonder kennis van goed en kwaad, onderscheiden wat wel mag en wat niet mag? Eva kan zich er om die reden nooit bewust van zijn geweest dat de slang kwade bedoelingen had, ze bezat daartoe eenvoudigweg de kennis niet. Zonder kennis van goed en kwaad zijn geboden, respectievelijk verboden inhoudsloos; of tenminste: niet van elkaar te onderscheiden.
En wat dan volgt is ook vreemd. Eva eet als eerste van de vrucht en verwerft daarmee het vermogen in te zien dat ze een fout gemaakt heeft. Desondanks geeft ze Adam er ook van te eten. Was dat een daad van pure slechtheid, of had ze geen zin verder door het leven te moeten met iemand die haar principieel nooit zou kunnen begrijpen?
Het is allemaal van weinig belang, toegegeven. De bedoeling van de schrijvers was de mens een vrije wil toe te dichten en ze daarmee verantwoordelijk te maken voor hun eigen daden, een wijze overweging. Bovendien gaat het bij raisonnabele godsdiensten niet om de letter van de wet maar om de strekking. Michel Houellebecq schreef eens: "de waarde van een religie wordt bepaald door de moraal die je eraan kunt ontlenen". Ik sluit mij daar van harte bij aan.