Sunday, February 12, 2017

Grunberg als syndroom van Links

De voetnoten die Arnon Grunberg dagelijks in de Volkskrant achterlaat zijn als een schuifluikje dat zicht biedt op de ziel van getormenteerd links. Leedvermaak en afschuw strijden dan om voorrang. Leedvermaak bij de constatering dat links niet langer in staat lijkt haar emoties aan de redelijkheid te toetsen, afschuw bij de gedachte dat ons weldenkend bestuur en de slippendragende media in Grunberg nog altijd een spreekbuis erkennen.

Op zaterdag 11 februari meldt onze gevierde schrijver het volgende: “Lang had extreemrechts het monopolie op vaderlandsliefde. Nu vind ik vaderlandsliefde smerig, maar dat helpt niet“ … “Er zijn ook mensen die anale seks smerig vinden, maar mensen die daarvan houden gaan er ook gewoon mee door, ook al zijn er hele bevolkingsgroepen tegen anale seks. Het wordt tijd dat weldenkende mensen zich anaal laten ontmaagden voor zover dat niet al is gebeurd, oftewel: vaderlandsliefde bedrijven“ … “Wie Nederland haat en veracht, ondersteunt Geert Wilders, de grote verachter van Nederland. Wie van Nederland houdt, bestrijdt Geert Wilders. Zo eenvoudig is het vandaag“

In de ontbrekende stukjes lezen we nog dat Wilders Trump is en dat hij Poetin dient. Ik liet dat achterwege, wij wisten het al. Mij gaat het bij dit excrement enerzijds om de constatering dat 'rechts', nu het hier en daar wat punten scoort, deze kosmopolitische verzetsstrijder van alle zinnen beroofd lijkt te hebben; zo groot is de weerzin tegen die koppen dat alleen een 'anaalogie' toereikt om uitdrukking te geven aan zijn schuimende walging. Anderzijds vrees ik dat instemmende lezers voor niets met een pijnlijke aars achterblijven omdat de vaderlandsliefde die Grunberg hun opdringt het omgekeerde behelst en bovendien niets met Nederland van doen heeft.

Dat links erin geslaagd is vele juridische en maatschappij-relevante begrippen te koppelen aan hun antoniem draagt niet bij aan de duiding van Grunbergs opdracht. Fascisme heet nu antifascisme, tolereren moeten we intolerantie en antidiscriminatie houdt in dat gekleurde mensen niet als mens, maar als kleurling behandeld worden. In dat licht plaatst Grunberg ook zijn vaderlandsliefde: want wie – net als Wilders – houdt van de Nederlandse cultuur, taal, geschiedenis en gewoonten die haat Nederland. Maar wie vaderlandsliefde smerig vindt en het land wil openstellen voor iedereen, dus ook voor hen die vijandig staan tegenover de Nederlandse gewoonten, die houdt juist van Nederland.

Grunberg en z'n kontebonkers erkennen God noch gebod. Ze hangen een totalitair humanisme aan dat radicaal egaliseert en het nationaal-cultureel erfgoed onder een dikke laag kosmopolitisch beton stort tot uiteindelijk een reusachtige parkeerplaats overblijft waarop tentenkampen worden ingericht voor hen die echt van Nederland houden. Bij steeds meer Nederlanders groeit dit besef, bewust of onbewust. Grunberg, wiens boeken we graag lazen, blijkt een nihilistisch aarsgat. Onze linkse politici, die het beste met ons voor hadden, blijken ons te haten omdat we wit, zwart en rechts, of individualist zijn. Links heeft een omgekeerde wereld gecreëerd die inhumaan en onleefbaar is.

Het zij zo. Echter, in het licht van de recente ontwikkelingen is er één ding dat ik van ganser harte hoop, en dat is dat geborneerd links uiteindelijk de grondslagen van de democratie zal respecteren en plaats maakt. Want in de woorden van J. F. Kennedy: those who make peaceful revolution impossible, will make violent revolution inevitable.

Monday, January 16, 2017

De tolerantie die nooit was

We mogen graag denken dat Nederland en tolerantie synoniemen van elkaar zijn, dat Voltaire's gedachtegoed hier in de Gouden Eeuw een veilige haven vond en wij haar nog steeds in woord en daad beschermen. Niets is minder waar helaas. Al in de zeventiende eeuw werd Voltaire naar zolder gejaagd en nu, telkens wanneer hij zijn lelijke smoel laat zien, wacht hem de gang naar het gerecht of simpelweg de dood.

Wanneer we spreken over tolerantie in de Voltairiaanse betekenis hebben we het over tolerantie jegens het woord. Het gaat daarbij om de vrijheid je ideeën, gedachten, opinies en overtuigingen hardop uit te mogen spreken en op schrift te kunnen stellen. Tolerantie in deze betekenis heeft geen betrekking op (de daaruit voortvloeiende) daden. Het apocriefe “ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen” vat dit uitgangspunt goed samen.

De tolerantie in het Nederland van de zeventiende eeuw was in dat opzicht een halfwas tolerantie. Zo was het katholieken niet toegestaan een openbare eredienst te houden of processies te organiseren. Hun kerken mochten vanaf de straat niet herkenbaar zijn en klokgelui was uit den boze. Het moest heimelijk. Maar actief vervolgd om hun afwijkende ideeën werden ze niet zolang ze maar geen 'aanstoot' gaven. In vergelijking met Frankrijk en Spanje, waar protestanten door de overheid opgespoord en berecht werden was Holland relatief gezien een tolerant land. Maar een tolerantie zoals in de geest van Voltaire ontbrak ten ene male.

Tegenwoordig hoeft geen enkele kerkganger zijn geloof meer in het geniep te belijden en zijn bestuur en wetgever eerder faciliterend dan obstructief te noemen. We zijn dan ook geneigd te denken dat Voltaire's idee van tolerantie nu volledig is ingevoerd en dat we zelfs nog nog een stapje verder zijn gegaan door diversiteit en een veelheid aan overtuigingen actief na te streven. Het tegenovergestelde is echter waar. Anno 2017 is tolerantie in de traditionele betekenis van het woord volledig uitgebannen en vervangen door een repressief systeem onder dezelfde naam.

Deze overgang is eind vorige eeuw in gang gezet door een bijgestelde interpretatie van het begrip tolerantie. Langzaam maar zeker breidde deze zich uit van 'het recht je overtuiging te uiten' tot 'het recht op bescherming van jouw overtuiging'. Het is een heel klein verschil en een heel begrijpelijke beweging wanneer je daarbij de voorstelling hebt van een klein kereltje dat op het schoolplein zijn kleine meninkje verkondigt en onmiddellijk overschreeuwd wordt door de grote mening van de school bully. Want zo denken we over immigranten, als kleine zielige mensjes die niet in staat zijn het op eigen kracht te rooien. En zeker niet als ze ook nog eens een kleurtje hebben.

Deze racistische insteek – die voor antiracistisch doorgaat – had tot gevolg dat een mening die kritiek inhoudt op een overtuiging van deze groep 'hulpbehoevende mensen' niet meer getolereerd wordt. Tolerantie betekent tegenwoordig het actief ontzien van de ideeën en (vermeende) gevoelens binnen deze groep. Wie nog meent zich op Voltaire te kunnen beroepen wordt voor intolerant gehouden en gebrandmerkt. De enkeling die volhardt in zijn overtuiging dat ook nieuwkomers volwaardige mensen zijn en dat hun ideeën, zo min als de zijne, boven alle kritiek verheven zijn wacht het OM, of de knuppels, messen en pistolen van de hoeders van de nieuwe tolerantie.

Monday, July 25, 2016

De Tiende Penning

Dat de Opstand tegen Spanje in het moderne geschiedenis-onderwijs nog vrij is van corrigerende voetnoten mag, gezien de deconfiture van onze zeehelden en handelscompagnieën met recht een wonder heten. De opstand immers bepaalde zich tot strijd tegen 'ongelovigen', het verlies van zeggenschap en een verhoogde belastingdruk: de tiende penning. Stuk voor stuk motieven die in het Europa van nu als 'cancerous nationalism' te boek staan en niet meer passen in een tijd van broederschap, solidariteit en eerlijk delen.

Er is in vier eeuwen veel gebeurd: koninkrijken kwamen en gingen, opstanden stonden en vielen, ideeën bloeiden en verwelkten; wat bleef was de morele rechtvaardiging voor een revolte als die van 1568. Een revolte die door elke Europeaan – mutatis mutandis – werd onderschreven. Zelfbeschikking en culturele identiteit waren de bepalende factoren voor het welzijn en de stabiliteit van een natie. Maar precies vier eeuwen later, met de studentenopstand van 1968 en de nakomende machtsovername door de soixante-huitards, veranderde dat inzicht radicaal.

Volk, eenheid en natie werden tot besmette begrippen verklaard en in weerwil van de Pax Europea die in West-Europa dankzij economische vervlechting, groeiende welvaart en transparante communicatie de facto heerste, werd gewaarschuwd voor oorlog. Een oorlog die alleen voorkomen kon worden door troebele, onnatuurlijke hippie-idealen tot staatsgeloof te verheffen. En zo werden alle Europeanen gedwongen tot geveinsd broederschap, tot ijdele solidariteit en tot overgave aan 'de Brusselse idealen'. Waar Caesar, Napoleon en Hitler nog een leger nodig hadden om hun denkbeelden op te leggen, daar stichtten de soixante-huitards hun Vierde Rijk in mist en heimelijkheid door onderduims en zonder mandaat verdrag op verdrag te stapelen.

Men tekende om een papieren oorlog te voorkomen en een papieren vrede te borgen. Men tekende om de papieren economie te steunen en het papieren Europa uit te breiden. Men tekende om 'ongelovigen' uit te nodigen en tot broeders te verklaren, men tekende om zeggenschap over te dragen en om belastingen te heffen. Men tekende en men tekende tout entre-nous. Het Europa van 'Maastricht' is niets dan een Babylonische bundel papier; een papieren Europa, een droom, een nachtmerrie en een slechte trip die onafwendbaar zal eindigen in een papierloze opstand.

Het enige echte aan dit Europa zijn de astronomische kosten. Er wordt belasting geheven door gemeenten, waterschappen, provincies, landelijke overheid en het is onvermijdelijk dat daar nog een supranationale heffing voor het Vierde Rijk bij zal komen. We betalen BTW, leges en accijnzen in de vaste wetenschap dat het nooit genoeg zal zijn. In sommige Europese landen wordt nu al het BNP voor zestig procent of meer bepaald door overheidsuitgaven. Uitgaven afkomstig uit heffingen op arbeid en productie van burgers en bedrijfsleven. Heffingen noodzakelijk om de doldwaze idealen van een kader- en mateloze elite te bekostigen. Een elite die slechts gestopt kan worden door opstand of een radicale inperking van hun middelen:

want gheeft men dick van thienen één
daer blijft ten lesten één noch gheen
wol mag een herder stillen
dees wolf is met wol noch melck tevreen
hij wil de schaepkens villen

(Uit het Geuzenliedboek van 1581: "Den Thienden Penninck")
Gratis web site teller.