Friday, January 11, 2008

Redelijkheid

Van Doekle Terpstra's initiatief 'benoemen en bouwen' kun je zeggen wat je wilt maar één ding staat als een paal boven water, het is een schrijnend voorbeeld van tien jaar multiculturele taalerosie. De ooit zo kenmerkende begrippen tolerantie en respect zijn na twintig jaar politieke correctheid geërodeerd tot het betekenisloze ‘samen leven, samen werken’. En nu dreigt de redelijkheid hetzelfde lot te ondergaan dankzij ‘benoemen en bouwen’.

De redelijkheid nota bene, "het te werk gaan volgens de rede" zoals van Dale het omschrijft. In de filosofie en theologie staat de rede voor "alles wat in de wereld gekend kan worden". Alles wat je kunt aanraken, observeren en uit de natuur is te verklaren, behoort tot het domein van de rede. God, wonderen, zieleheil en gebeden behoren tot het domein van de metafysica, de spirituele wereld.


In Trouw appelleert Terpstra aan onze redelijkheid om tégen de verwildering en vóór de normen en waarden van een multiculturele samenleving te kiezen. Heel redelijk allemaal, toch? Als de petitie daarentegen zou oproepen de rede op te schorten en te kiezen voor gebed en wonderen, zou menigeen zich achter de oren krabben. Toch is dit waar een publieke (her)introductie van God en Allah uit naam van de rede een opmaat voor is. Kennelijk hebben de (inmiddels) 6761 ondertekenaars er geen flauw benul van wat de rede voor de westerse wereld betekent en hoe wij tot rede zijn gekomen; misschien ook hebben zij dat wel maar staat deze seculiere maatschappij hen niet aan.


Dankzij de Verlichting, eeuwen van moeizame wetenschappelijke vooruitgang en een strikte scheiding van kerk en staat, leven we nu in een Europa waar geloof en rede naast elkaar bestaan. De Islam (en ook de orthodoxe Protestantse Kerk) kennen deze scheiding van geloof en rede niet. De Islam stelt dat het geloof slechts een klein onderdeel uitmaakt van de Islamitische levenswijze. Het is, zo stelt zij zelf, een allesomvattende overtuiging met voorschriften voor kleding, sociale omgang, eten, financiering en zelfs een eigen rechtspraak. De vrije, ongebonden rede zoals wij die in het Westen ervaren, heeft in een dergelijke constellatie geen plaats.


Als beheerder van dit aan de rede gewijde log acht ik het mijn plicht in het kort vijfentwintig eeuwen rede in herinnering te brengen en aan te geven hoe de ongetwijfeld goedbedoelde acties van empatische witte mannen als Doekle Terpstra, dit in no-time om zeep kunnen helpen.


Tot aan het moment dat de Griekse filosoof Thales van Milete (620-540 v.Chr) stelde dat de verklaring van natuurlijke verschijnselen niet in mythen maar in de natuur zelf gezocht moest worden, was goddelijke activiteit de oorzaak van alles wat zich in de natuur afspeelde. Bliksem, eb en vloed, ziekten en de wisseling der seizoenen, aan alles lag een goddelijke oprisping ten grondslag. Thales was de eerste die het metafysische godenrijk loskoppelde van de fysische rede.


Heel, heel langzaam groeide hieruit het besef dat observaties om verklaringen 'volgens de rede' vroegen en niet om nieuwe mythen. Het denken om het denken deed zijn intrede. Naast pure filosofen waaronder Socrates en Plato bracht deze beweging ons ook proto-wetenschappers als Pythagoras, Aristoteles en Archimedes. Namen die we nu nog kennen omdat de rede waarmee zij hun observaties omkleedden nog steeds valide is; dit in tegenstelling tot de mythen uit het Griekse pantheon die vandaag de dag hooguit een glimlach om onze lippen toveren maar geen deel meer uitmaken van het dagelijks leven.


Na de oude Grieken gebeurde er op filosofisch-wetenschappelijk terrein in Europa lange tijd niets. De filosofen, theologen liever, uit het vroege Christendom wendde hun 'door God geschonken' rede aan om Zijn bestaan te bewijzen. Alle observaties die niet in overeenstemming waren met de Schrift of de dogma's werden ontkend en terzijde geschoven. Exact hetzelfde gebeurde vanaf de twaalfde eeuw in de Islamitische wereld waar Averoës het licht uit mocht doen. De dogma's van het geloof waren alleenzaligmakend en het werd donker in onze contreien.


Deze duisternis hield aan tot het moment dat Copernicus, Galileo en Newton de Verlichting inluidden. Het zuivere denken en observeren begon langzaam weer vorm en momentum te krijgen. Welliswaar verklaarden wetenschapsfilosofen als Gallileo en Newton dat hun bevindingen en beschrijvingen slechts de onvoorstelbaarheid van God's perfectie illustreerden, de cumulatie van wetenschappelijke bevindingen die op geen enkele wijze in de Schrift waren terug te vinden maakte dat geloof en rede op gespannen voet met elkaar kwamen te staan.


Echt oorlog werd het toen Darwin in 1859 met zijn 'Origin of Species' op de proppen kwam en daarmee de kern van het geloof, de scheppingsdaad, torpedeerde. Dogmatisch geloof en wetenschappelijke rede werden dientengevolge onverenigbaar. In de daarop volgende decennia zorgden Einstein's relativiteitstheorie, de quantummechanica en de kosmologie ervoor dat de afstand tussen geloof en wetenschap steeds groter werd, waardoor het geloof noodgedwongen een steeds persoonlijker en onbenoembaarder karakter kreeg. God was definitief verwijderd uit de fysieke wereld, het domein van de rede.


Het wetenschappelijke succes van de menselijke rede was voor paus Johannes Paulus II zelfs aanleiding om in 1992 Galileo te rehabiliteren en de evolutietheorie als verklaring voor het onstaan van de mensheid te accepteren. Wel bleef God verantwoordelijk voor de Big Bang. Hij bekrachtigde deze visie in zijn encycliek 'fides et ratio' waarbij het geloof officieel buiten de rede werd geplaatst.


Protestanten en Islamieten onderschrijven deze scheiding niet. Voor hen is God nooit weggeweest uit de fysieke wereld en is het Darwinisme een dwaalleer. Daarom worden in Amerika grote sommen geld in religieus-politieke tegenbewegingen als creationisme en intelligent design gepompt met als gevolg dat inmiddels 53% van de Amerikanen gelooft dat God de wereld schiep en Darwin een ketter was. Bij moslims ligt dit niet anders. Op de Nederlandse universiteiten kijkt niemand meer vreemd op wanneer Islamitische studenten bij een vak als evolutieleer wegblijven, zich beroepend op het scheppingsverhaal uit de Koran.


Geloof en rede zijn onverenigbaar. Sinds Thales hebben vijfentwintig eeuwen filosofie en wetenschap aangetoond dat er voor geloof en rede geen gemeenschappelijke basis bestaat. De rede kan definitief niet uit het geloof verklaard worden maar andersom komen we steeds dichter in de buurt en gloort ook hier de verlichting. Om die reden gruw ik van oproepen als die van Terpstra en zijn medestanders die mij vertellen dat ik geloof en rede na vijfentwintig eeuwen strijd opnieuw moet samenvoegen omdat ik anders onredelijk ben.


U hebt het mis heren. Ik ben een redelijke mens, althans, in de werkelijke betekenis van het woord. Uw redelijkheid daarentegen meneer Terpstra, is de redelijkheid van kerkvader Augustinus die in de vierde eeuw van onze jaartelling stelde dat "de rede de dienaar is van het geloof". En u meneer Rabbae vraag ik: ligt het aan mijn gebrek aan redelijkheid dat ik uw uitspraak "wij islamieten accepteren homosexualiteit nu eenmaal niet" van een extreme onredelijkheid vind getuigen?


En wat te denken, o goedgelovige witte mannen, van symphatiserende organisaties als het 'Contactorgaan Moslims en Overheid' dat krachtig stelling nam tegen de onredelijkheid van de Deense cartoons, of Ayhan Tonca die het nog steeds redelijk vindt dat Turkije de Armeense genocide ontkent? Om nog maar te zwijgen van Hizb ut-Tahrir dat liever vandaag dan morgen een wereldwijd kalifaat installeert.


Als dit uw definitie van redelijkheid is, noem mij dan gerust onredelijk.

No comments:

Post a Comment

Gratis web site teller.